Hoefkatrolontsteking. (Podotrochleose)
Sinds jaar en dag worden de kandidaat jonge dekhengsten (Friezen, KWPNers, NRPSers) verplicht gekeurd op de aanwezigheid van o.a. de aanleg voor hoefkatrolontsteking. Daardoor is in de loop der jaren het aantal aandoeningen aan het hoefkatrolgebied afgenomen.
Naast erfelijke factoren kunnen mechanische componenten het proces stimuleren. Bv. een langdurige verkeerde stand van de hoef t.o.v. het been.
Toch worden we telkens nog weer geconfronteerd met paarden/pony’s die met deze aandoening op het spreekuur van de dierenarts worden aangeboden.
In eigenlijk alle gevallen zijn 1 of 2 voorvoeten bij dit proces betrokken. Bij de achtervoeten is het een zeldzaamheid.
Hoefkatrolontsteking kan aseptisch dan wel septisch zijn. Dwz, in eerste geval is er geen bacterie bij betrokken. In het tweede geval is dit wel de aanleiding.
In het overgrote deel van de gevallen is de aseptische aandoening de meest voorkomende.
De ontsteking wordt dan veroorzaakt door verruwing van het straalbeentje. Hierover loopt de diepe buigpees en deze raakt daardoor geïrriteerd.
De veel minder vaak voorkomende septische ontsteking wordt veroorzaakt door oorzaken van buiten af, zoals het binnendringen in het hoefkatrolgebied van een scherp voorwerp, die de bacterie mee naar binnen neemt.
Uitsluitend door het maken van röntgenfoto’s kan de ernst van de aandoening worden bepaald.
De ernst van de röntgenologische veranderingen wordt weergegeven in een score van 0 tot 4, waarbij het slechtste beeld een 4 krijgt.
Het röntgenologische beeld van de deze score hoeft niet gelijk te zijn aan de mate van onregelmatigheid (klinische beeld).
Waarschijnlijk lopen er nog veel paarden in verschillende sportdisciplines rond met een slechte score, maar daarbij geen zichtbare tekenen van onregelmatigheid vertonen.
In de meeste gevallen zal door de behandelend arts gekozen worden voor aangepast hoefbeslag, zoals bv. het beslag met (wig)zool in samenwerking met verbeterde afrolling (break over vervroegen), bv het Equilibriumbeslag.
De juiste keuze voor het opvulmateriaal tussen (wig)zool en hoef is van het grootste belang.
Ik moet benadrukken dat het zeker belangrijk is wie het beslag onder de voet maakt. M.a.w. de uitvoering van het geadviseerde beslag kan ook door gebrek aan gevoel en inzicht op een totale mislukking uitlopen.
Er van uitgaande dat de hoefsmid weet waar hij/zij mee bezig is, kan zelfs nog vaak een score 4 paard klinisch behoorlijk verbeteren. Het röntgenologische beeld zal door deze aanpassingen echter niet veranderen.
In een zeldzaam geval wordt er gekozen voor de zogenaamde zenuwsnede. Hierbij wordt een stukje van bepaalde zenuwen in de ondervoet weggenomen om de pijnklacht weg te nemen. Deze ingreep mag nooit toegepast worden om paarden weer de sport in te brengen , maar meer om het dier een comfortabel leven te laten leiden zonder pijn.
Samenvattend mag geconcludeerd worden dat de samenwerking tussen dierenarts en de werkelijk geroutineerde hoefsmid, de beste kansen biedt voor de patiënt.
(foto`s worden z.s.m. toegevoegd)